Bob en ik

Dagelijks krijgen we nog steeds vele e-mails binnen. Zo ook onderstaande mail van George. Hij schrijft over zijn ontmoetingen met en herinneringen aan Bobby. We vinden het erg leuk om mail te krijgen met foto’s, verhalen, gedichten en herinneringen. Wil je ook iets sturen? Mail dan naar info@dezemanverdienteenstandbeeld.nl Dank je!

Bob en ik

Aanmatigend zo’n titel, maar ik heb Bob inderdaad een paar keer mogen ontmoeten. Niet vlug in het voorbijgaan of in het supportershome, nee echt even 1 op 1. Als fotograaf bij DGOT (degoeieouwetijd) heb ik Bob op de foto mogen zetten tijdens een interview. Daar kom je er dan achter hoe begeesterd en beeldend hij kan praten over het verleden. Soms met behulp van een foto waar dan een heerlijk “O ja” op volgde. Altijd met een peuk in zijn handen. Nee, Bob bleef Bob. Of er nu 1 of 10 camera’s op hem gericht waren. Leuk, nee leuk vond hij het niet, maar had hij er genoeg van dan liet hij je dat wel weten.

De eerste keer dat ik dacht dat ik Bob ontmoet had was tijdens de nieuwjaarsreceptie van Ajax in 2007. Heel gezellig met hem (dacht ik) staan praten. Hij vroeg of ik een goede reparateur van analoge fotocamera’s wist. Natuurlijk, zei ik. Ik stuur het U wel op. Waarop hij me nogal raar aankeek. Maar direct daarop moest ik weer een foto maken van een of ander belangrijk iets en van een verder gesprek kwam het niet. Twee of drie weken later hadden we dus dat interview met Bob, dus ik dacht mooi dan kan ik hem direct dat adres geven. Gelijktijdig met Bob kwam ik aan bij de Toekomst en liep ik op hem af. Hij zei gelijk heel vriendelijk een ‘hallo’. Ik dacht, hé hij herkent me nog, dat maakt het een stuk makkelijker. Dus ik roep ‘hoi Bob’ terug (ik wist inmiddels dat je gewoon Bob tegen hem mocht zeggen). Hier heeft U (dat dan weer wel, hij blijft wel een U) dat adres waarom U vroeg. Staat hij me aan te kijken of hij water ziet branden. Ik zei nog: “daar waar U uw camera kunt laten repareren, daar waar u om vroeg tijdens de nieuwjaarsreceptie…”. Man ik ben helemaal niet op die receptie geweest en heb geen camera die ik wil laten repareren was zijn reactie. Bob draaide zich om en liep weg.

Goede binnenkomer hoor bij een interview. Mijn mede redacteur van DGOT heeft daar een mooi eind aan gebreid, zo van, hij is nog niet zo lang met Ajax bezig en weet het allemaal nog niet zo. De derde keer (eigenlik de tweede dus) dat ik Bob tegen kwam was ongeveer een half jaar later. Ik moest weer voor DGOT op pad. Of ik wat foto’s en ander scan materiaal op wilde halen bij Bobby Haarms. Lijkt je dat nu wel een goed idee, om mij te sturen? Zei ik. Ja joh, dat akkefietje is hij allang vergeten. Dus ik enigszins beschaamt en met knikkende knietjes naar het Delflandplein, alwaar we afgesproken hadden. Bob zat al aan een grote tafel met een redelijk grote tas met foto’s. En zodra hij me zag verschijnt er een glimlach op zijn gezicht en roept: “Ha, die rare snuiter van laatst!” Ik kon wel door de grond zakken, maar nee, Bob zei: “Kom ga zitten en neem wat te drinken.” Het begin van een 2 uur durend relaas over zijn grote (inmiddels ook mijn) liefde Ajax, met begeleidend beeld materiaal. Gezelligheid kent geen tijd.

George Sweijen

Bob tijdens het interview met de Goede ouwe tijd

Comments are closed.