Archive for mei, 2010

Brief Van Thijs aan Bobby

Hé Bobby, daar lig je dan… Op een begraafplaats in Amsterdam. Je club speelt honderd kilometer verderop voor het kampioenschap van Nederland. Voor het eerst zonder jou, want jij bent dood. Op je buik ligt een grafsteen met je naam erop. Bob Haarms 1934 – 2009, staat er. Raar wel. Als je dood bent, raak je plotseling de helft van je voornaam kwijt. Het kaarsje op je steen is uit. Het regent.

Luister maar naar dit transistorradiootje. Hoor je het, ze zijn begonnen in Nijmegen. En belangrijker nog: ze zijn begonnen in Breda. Daar speelt de vijand. Die heet vandaag geen Feyenoord, PSV of Juventus, maar FC Twente. Tijden veranderen, Bobby.

Boven je naam staat een tekst: houten schepen, ijzeren kerels. Dat is al mooier dan dat rare Bob. Maar het mooiste van je steen is het kleine vergulde bankje. Jóuw bankje. Het bankje waar je zoveel spelers overheen joeg om hun fitheid te testen, waar je ze beter maakte door ze eerst kapot te laten gaan. Het bankje waar je je bijnaam mee verdiende. Het bankje van De Goede Beul.

Je ligt hier niet alleen. Majoor Bosshardt, Jos Brink en Wally Tax liggen verderop, en Manus Cruijff (ja, de vader van) ook. Maar ze zeggen niks meer. Het is hier zo stil. Het enige geluid dat je hoort is het geruis van de bomen, het getik van de regen en het gemompel van de getikte weduwe van die gozer een paar graven verderop. Je mist het gejuich van de tribunes, het geklikklak van de noppen op de kleedkamervloer, het gehijg van een speler die over jouw bankje springt. Je ging naar het stadion zolang je kon. Je vrouw verliet je, maar jij verliet je club nooit. Zonder je club geen leven.

De radiocommentator schreeuwt ‘Doelpunt!’. Luis Suarez scoort. Sssstt… luister: juichflarden vanuit het café aan de Middenweg. Ineens lijkt het minder hard te regenen. Even verderop, op de plek waar De Meer ooit stond, breekt de zon heel even door de grijze wolken. Het duurt nauwelijks vijf minuten. Die Costaricaan van Twente schiet de droom kapot.

Je kon zo mooi vloeken, Bobby. Niemand godverde zoals jij. Want je vloekte niet om iemand te kwetsen, je vloekte spelers uit de goot. Weet je nog dat je van Rinus Michels de opdracht kreeg om op zaterdagavond het Leidseplein te bewaken om te check-check-dubbelchecken of er toevallig geen spelers rondhingen? Als je er eentje tegenkwam, dan godverde je hem terug zijn nest in. De dag erop kwam diezelfde speler je bedanken.

Bijna een jaar geleden ben je hier begraven. Duizenden supporters stonden aan je graf. Spelers ook. Jari was er, Louis hield een toespraak, Kees Prins zong Dit is mijn club. En er wordt binnenkort een standbeeld voor je gebouwd. Je vraagt je weleens af waar je dat aan verdiend hebt. Als speler maakte je nooit een belangrijk doelpunt, als trainer deed je nooit een geniale tactische omzetting en je kon geblesseerde spelers niet fit toveren. Maar je was er. Altijd. Overal. Dat is ook wat, Bobby, dat is ook wat.

Om half vijf begint het nog harder te regenen. Je club wint in Nijmegen de wedstrijd, maar verliest het kampioenschap in Breda. Nóg een seizoen wachten op de schaal.

Tot volgend jaar, Bobby.

Groet,

Thijs.

Bron: De Pers